logo Tuin & Bestrating
Assortiment image
Haal de onderste steen boven!
Zoek een steenplaza ® bij u in de buurt.
Home Steenplaza Collectie Steenplaza winkels Tuin en Bestrating De vakspecialist Inspiratievideos
De
Vakspecialist
spreekt...
deskundig advies

Bestraten in de praktijk

Zet eerst door middel van piketten de te bestraten oppervlakken uit, (zet ze zoveel mogelijk aan de buitenkant) een en ander volgens plan. Op deze piketten geeft u de hoogte aan waarop de stenen zullen geplaatst worden.
Gebruik hiervoor een pasdarm (waterpas). Vertrek van een vast punt van de woning, bijvoorbeeld de deurdorpel.

Houdt het peil op 1 of 2 cm onder de onderkant van de kozijndorpel. Let er daarbij op dat de stenen zich bevinden onder het niveau van de waterkering van de woning, herkenbaar aan de opengelaten kopse voegen. Voor een goede afwatering is een lichte helling noodzakelijk. Als regel volstaat een helling van 1 à 2 cm per meter. Nadat de hoogte op de piketten is aangeduid, spant u hiertussen koorden, zodat u al een goed beeld krijgt van de latere bestrating. Graaf het cunet en maak het groot genoeg zodat ook de opsluitbanden op het zandbed komen te staan. Graaf de teellaag eraf, die bevat organische stoffen en is daardoor instabielen en kan inklinken. Voor een oprit geldt een zandbed van 40 cm, voor paden en terrassen is dat 20 cm.

Een terras of oprit in klinkers bestaat meestal uit 4 lagen: de stenen zelf, die de deklaag vormen, een straatlaag, een fundering en de ondergrond of onderfundering.
Bij slappe grond is het nodig om waterdoorlatend worteldoek te gebruiken als extra stabilisatielaag, of een van kunststof geweven stabilisatiedoek. Bij hele slappe grond, bijvoorbeeld veen, kan het nodig zijn om een laag aangestampte puinfracties aan te brengen. Alle verschillende lagen grond puin en zand dienen afzonderlijk te worden aangetrild, let er wel op dat u uiteindelijk op de juiste hoogte uitkomt.

Nadat u hebt afgetrild dient u de zandlaag af te reien, dat is een zeer moeilijk werkje en moet precies uitgevoerd uitgevoerd worden. Maak zonodig gebruik van van te voren gestelde latten of reien.
Alvorens de fundering aan te brengen worden de kantopsluitingen geplaatst. Deze beletten het zijdelings verschuiven van de stenen en het wegpersen van de funderingslaag.


De kantopsluiting is ofwel breed, ofwel voldoende diep en kan zonodig  voorzien worden van een steunkussen in mager beton. Om de juiste afstand tussen 2 kantopsluitingen te bepalen, wordt er een voorlopige rij straatstenen tussen gelegd. De kantopsluitingen worden met de buitenkant gelijk met de koord geplaatst, 3 cm lager dan de straatstenen. Dit om een mooiere afwerking te verkrijgen.

De fundering is minimaal 15 cm dik en moet ongevoelig zijn voor vorst en vocht. De fundering kan bestaan uit cementgebonden zand (chape) met 100 à 150 kg cement per kubike meter.
Daarna wordt de ondergrond getrild met een trilplaat van ca. 75 kg. Let er wel op dat de chape fundering nog dezelfde dag moet verwerkt worden.
De straatlaag vergemakkelijkt de plaatsing van de stenen en vangt eventuele oneffenheden op. Haar dikte bedraagt 3 à 5 cm.
Zij bestaat uit goed gegradeerd, zuiver en gewassen rivierzand (0/5) met weinig fijne deeltjes.
Op de straatlaag worden dan de stenen geplaatst door ze tegen elkaar te leggen met een kleine voeg. Werk van op de reeds geplaatste klinkers, zo wordt de straatlaag niet geschonden.

Andere afmetingen krijgt u door de klinkers te kappen, te zagen met een diamantzaag of te knippen met een steenschaar. Om een mooie nuancering te verkrijgen en kleurverschillen te vermijden raden wij u aan om de bestratingsproducten uit minstens 3 pakken te mengen en ze steeds verticaal uit het pak te verwerken.
Zoals bij elk product op basis van cement kan zich in het begin kalkuitbloeiingen voordoen. Deze verdwijnen vanzelf op natuurlijke wijze en zijn geenszins een fabicagefouten.
Vervolgens borstelt u de klinkers in met fijn wit zand.

Het aftrillen van de bestrating moet gebeuren voor de fundering verhard is. Het aftrillen van bestratingsproducten op een uitgeharde fundering kan beschadiging veroorzaken. Tril dus bij voorkeur af van zodra een gedeelte geplaatst is. Voor het aftrillen de trilplaat grondig reinigen (zand-cementresten kunnen voor vervelende vervuiling zorgen).
Ook de bestrating moet schoon en droog zijn voor het aftrillen. Vocht kan leiden tot een cementafzetting aan het oppervlak. U kunt die verwijderen door de bestrating onmiddellijk na het aftrillen te reinigen met zuiver water. Start met het aftrillen vanaf de rand en beweeg langzaam naar het midden toe. Op die manier is er geen gevaar voor beschadiging van de kantopsluiting en wordt het profiel in stand gehouden.
 

 
© HTG Groep B.V. 2017, alle rechten voorbehouden